In het kort
Kies alleen begrippen die nodig zijn voor je vraag, omschrijf ze en teken de relaties die je verwacht. Geef in een legenda aan wat lijnen en pijlen betekenen. Het model helpt je onderzoek af te bakenen; het bewijst geen verband of oorzaak. Of een conceptueel model verplicht of passend is, hangt af van je onderzoeksaanpak en opleiding.
1. Bepaal wat het conceptueel model moet laten zien
Wil je een verwachte samenhang toetsen of gebruik je begrippen om ervaringen te verkennen? Bij een toetsend onderzoek kun je verwachtingen over relaties weergeven. Bij een verkennend onderzoek kan een voorlopig begrippenkader helpen, maar moet ruimte blijven voor inzichten die niet in je eerste schema passen.
Controleer de opdracht: vraagt je opleiding om een conceptueel model, een bestaand theoretisch model of een procesmodel? Een stroomschema van de werkzaamheden bij een organisatie heeft een andere functie dan een schema van de begrippen die je onderzoekt. Zet boven je conceptversie in één zin welke vraag het model ondersteunt.
2. Kies en definieer de kernbegrippen
Stel dat je onderzoekt hoe ervaren duidelijkheid van feedback samenhangt met het gebruik ervan door eerstejaarsstudenten. Dan zijn “ervaren duidelijkheid” en “gebruik van feedback” mogelijke kernbegrippen. “Onderwijskwaliteit” toevoegen maakt het model groter, maar niet vanzelf beter.
Leg per begrip vast welke definitie je gebruikt en op welke literatuur je die baseert. Gebruik daarna overal dezelfde naam. Als je afwisselend spreekt over duidelijkheid, tevredenheid en bruikbaarheid, lijkt het alsof je hetzelfde meet terwijl de betekenis verschuift. De basis hiervoor leg je in je literatuuronderzoek.
3. Werk een eenvoudig voorbeeld uit
| Onderdeel | Invulling | Nog te onderbouwen |
|---|---|---|
| Begrip A | Ervaren duidelijkheid van schriftelijke feedback | Wat verstaan relevante auteurs onder duidelijkheid? |
| Begrip B | Gebruik van feedback bij een volgende opdracht | Welke vormen van gebruik onderscheid je? |
| Verwachte relatie | Meer ervaren duidelijkheid hangt samen met meer gebruik | Welke theorie en eerdere bevindingen ondersteunen dit? |
Een eenvoudige weergave is: ervaren duidelijkheid van feedback → gebruik van feedback. Schrijf er expliciet bij: de pijl toont in dit voorbeeld een theoretische verwachting, geen bewezen effect. Onder het schema licht je toe waarom je die relatie verwacht en welke andere verklaringen mogelijk zijn.
Dit is een oefenvoorbeeld, geen bestaand gevalideerd model. Vervang de begrippen en onderbouwing door keuzes die bij jouw onderzoek passen. Teken geen relatie waarvoor je alleen een intuïtieve verklaring hebt.
4. Voeg alleen noodzakelijke uitbreidingen toe
Een mediator beschrijft een mogelijk mechanisme tussen begrippen; een moderator gaat over omstandigheden waaronder een relatie verschilt. Voeg zulke onderdelen alleen toe wanneer je theorie, vraag en onderzoeksopzet dat rechtvaardigen. Meer vaktermen maken een model niet sterker.
Controlevariabelen kies je evenmin alleen omdat je ze toevallig hebt gemeten. Bespreek welke andere verklaringen relevant zijn en hoe je ontwerp daarmee omgaat. Met een enquête op één moment kun je een getekende causale route doorgaans niet als aangetoond oorzakelijk proces presenteren.
5. Controleer de aansluiting op je dataverzameling
Loop ieder blok en iedere verbinding na: welke gegevens heb je nodig en welke analyse zou daarop een antwoord geven? Een model met vijf relaties vraagt mogelijk meer deelnemers, metingen en analyses dan haalbaar is binnen je scriptie. Vereenvoudig het vóór de dataverzameling als je het niet kunt onderzoeken.
De volgende stap is de begrippen operationaliseren. Beschrijf daarnaast waarom je onderzoeksmethode bij je vraag past. Zo verbind je het schema met wat je daadwerkelijk gaat doen.
Waar zet je het model en wanneer pas je het aan?
Vaak staat het conceptueel model bij de afronding van het theoretisch kader, met een toelichting op de gekozen begrippen en relaties. Volg de indeling van je opleiding. Houd labels in het schema kort en leesbaar en verwijs vanuit de tekst naar de figuur.
Bewaar je oorspronkelijke model als je later iets wijzigt. Een model op basis van resultaten kan waardevol zijn, maar presenteer dat als een uitkomst of herziening. Schrijf achteraf gevonden verbanden niet op alsof je ze vooraf al had voorspeld.