In het kort
Maak per onderzoeksthema een open startvraag en enkele neutrale doorvragen. Begin met een concrete ervaring, vraag door op voorbeelden en sluit af met ruimte voor aanvullingen. Test de leidraad voordat je de echte interviews afneemt. Je deelvragen sturen de inhoud, maar zijn meestal niet geschikt om letterlijk aan deelnemers te stellen.
1. Vertaal je informatiebehoefte naar gespreksthema’s
Neem je hoofdvraag, kernbegrippen en deelvragen erbij. Welke ervaringen kan deze deelnemer beschrijven? Groepeer de benodigde informatie in enkele gespreksthema’s. Zet bij ieder thema waarom het nodig is en welke deelvraag het helpt beantwoorden.
In een fictief onderzoek naar digitale feedback kunnen thema’s zijn: de situatie waarin feedback is ontvangen, de interpretatie ervan en het gebruik bij een volgende versie. Je hoeft de wetenschappelijke termen uit je theoretisch kader niet in je spreektaal over te nemen. De vertaling van begrip naar vraag werk je uit bij operationaliseren.
2. Begin met een heldere introductie
Vertel wie je bent, waar het gesprek over gaat, hoe lang je verwacht dat het duurt en hoe je de gegevens volgens je onderzoeksafspraken behandelt. Bespreek een eventuele opname vooraf en controleer of de deelnemer nog vragen heeft. Volg de procedures van je opleiding voor informatie en toestemming.
Begin inhoudelijk met een vraag die iemand vanuit eigen ervaring kan beantwoorden: “Kun je vertellen over de laatste keer dat je schriftelijke feedback ontving?” Dat geeft meer aanknopingspunten dan direct vragen of feedback belangrijk is.
3. Gebruik dit voorbeeld van een interviewleidraad
| Fase | Open vraag | Mogelijke doorvraag |
|---|---|---|
| Start | Kun je de laatste feedbacksituatie beschrijven? | Om welke opdracht ging het? |
| Begrijpen | Hoe heb je bepaald wat de opmerkingen betekenden? | Kun je een concrete opmerking noemen? |
| Gebruiken | Wat heb je vervolgens met de feedback gedaan? | Wat veranderde je wel of juist niet, en waarom? |
| Afronden | Wat hebben we nog niet besproken dat volgens jou relevant is? | Wil je iets aanvullen op een eerder antwoord? |
Gebruik deze vragen als bouwstenen. Het voorbeeld vervangt geen inhoudelijke onderbouwing van je eigen thema’s. Schrijf ook korte aanwijzingen voor jezelf op, zoals “vraag om een voorbeeld” of “laat stilte vallen”. Houd die duidelijk gescheiden van de tekst die je hardop uitspreekt.
4. Vraag neutraal door zonder het antwoord in te vullen
“Wat gebeurde er daarna?”, “Wat bedoel je met onduidelijk?” en “Kun je daar een voorbeeld van geven?” helpen om een antwoord concreet te maken. Sluit aan bij de woorden van de deelnemer. Een samenvatting kun je terugleggen: “Begrijp ik goed dat je de opmerking eerst met een studiegenoot besprak?” Laat correctie mogelijk.
Vermijd vragen als “Waarom helpt die slechte feedback jou niet?” Die veronderstellen zowel een negatief oordeel als een gevolg. Stel ook niet drie vragen tegelijk. Vraag eerst wat iemand deed en bespreek daarna de reden of ervaring.
5. Test de volgorde en beschikbare tijd
Voer een proefinterview uit met iemand die de relevante situatie kent. Controleer welke vragen verwarring geven, waar je alleen korte algemene antwoorden krijgt en welke thema’s dubbel terugkomen. Noteer de werkelijke duur; alleen hardop de vragen voorlezen is geen goede tijdmeting van een gesprek.
Pas de leidraad aan en bewaar een versienummer met korte wijzigingsnotities. Bespreek of een proefinterview mag worden opgenomen in je uiteindelijke dataset. Als de vragen of doelgroep wezenlijk afwijken, is samenvoegen niet vanzelf verantwoord.
Hoe flexibel mag je de interviewleidraad gebruiken?
Bij een semigestructureerd interview mogen volgorde en doorvragen meebewegen met het gesprek. Bewaak wel dat de noodzakelijke thema’s bij alle relevante deelnemers aan bod komen. Kom later terug op een overgeslagen thema en noteer na afloop welke onderwerpen onvoldoende zijn besproken.
Een leidraad voor expertinterviews ziet er anders uit dan een leidraad over persoonlijke ervaringen. Kies vragen die de deelnemer vanuit diens rol kan beantwoorden. Na het uitwerken van de gesprekken volgt het coderen en analyseren van de interviews; de leidraad is geen verplichte lijst van uiteindelijke analysethema’s.