Onderzoek en analyse

Deelvragen opstellen die samen je hoofdvraag beantwoorden

Goede deelvragen leveren elk een noodzakelijk deel van het antwoord op je hoofdvraag. Begin daarom met de informatie die je nodig hebt, niet met een verplicht aantal vragen. Controleer vervolgens of je die informatie kunt verzamelen en analyseren.

In het kort

Stel deelvragen op door je hoofdvraag op te splitsen in inhoudelijke bouwstenen. Formuleer per bouwsteen een onderzoekbare vraag, kies passende gegevens en controleer of de antwoorden samen voldoende zijn. Vermijd vragen die hetzelfde onderzoeken of een nieuw onderwerp introduceren. Het vereiste aantal en type deelvragen verschilt per opleiding.

1. Maak eerst duidelijk welk antwoord je hoofdvraag vraagt

Onderstreep in je hoofdvraag het onderwerp, de doelgroep, de context en het soort antwoord dat je zoekt. Wil je ervaringen begrijpen, verschillen vergelijken, een samenhang onderzoeken of een advies ontwikkelen? Dat bepaalt welke deelvragen nodig zijn.

Is de hoofdvraag nog onduidelijk, los dat dan eerst op. Je kunt een te breed onderzoek niet uitvoerbaar maken door er tien deelvragen onder te zetten. Controleer de afbakening met je probleemstelling.

Als doorlopend, fictief voorbeeld gebruiken we: “Hoe ervaren eerstejaarsstudenten van opleiding X de digitale feedback op hun eerste onderzoeksverslag?” Deze hoofdvraag vraagt naar ervaringen in een specifieke situatie. Interviews kunnen daar inzicht in geven; ze bewijzen daarmee niet welk effect digitale feedback op cijfers heeft.

2. Bepaal welke informatie je nog nodig hebt

Voor dit voorbeeld kun je nagaan hoe studenten de feedback begrijpen, hoe zij de bruikbaarheid ervaren en wat zij ermee doen. Deze aspecten moeten passen bij de begrippen die je met literatuur onderbouwt. Kies ze dus niet alleen omdat ze logisch klinken.

Van informatiebehoefte naar deelvraag
Nodige informatieMogelijke deelvraagBenodigde gegevens
Begrip van de feedbackWelke onderdelen van de digitale feedback vinden eerstejaarsstudenten duidelijk of onduidelijk?Concrete ervaringen en voorbeelden uit interviews.
Ervaren bruikbaarheidWelke feedback helpt studenten volgens henzelf bij het aanpassen van hun verslag?Ervaringen met toepassen en niet kunnen toepassen.
Omgang met onduidelijkheidHoe gaan studenten om met feedback die zij niet begrijpen?Beschrijvingen van vervolgstappen en belemmeringen.

Dit is een mogelijke indeling, geen vastgesteld model van feedback. In je eigen onderzoek verantwoord je met passende literatuur welke aspecten relevant zijn.

3. Formuleer vragen die onderzoekbaar zijn

Een deelvraag moet voldoende afgebakend zijn om met jouw gegevens te beantwoorden. “Wat vinden studenten van onderwijs?” is veel groter dan het voorbeeldonderzoek. “Is feedback goed?” is onduidelijk: wat betekent goed en volgens wie?

  • Gebruik dezelfde doelgroep en context als in de hoofdvraag.
  • Definieer begrippen die meerdere betekenissen kunnen hebben.
  • Stel geen vraag die een gewenste uitkomst al veronderstelt.
  • Kies een formulering die past bij de beschikbare gegevens.

Een vraag als “Waarom leidt digitale feedback tot betere prestaties?” neemt zowel een effect als een richting aan. Dat kun je niet afleiden uit alleen interviews over ervaringen. Formuleer de vraag opnieuw of bespreek welk ander onderzoeksontwerp nodig is.

4. Controleer overlap en ontbrekende schakels

Schrijf onder iedere deelvraag in één zin welk soort antwoord je verwacht te kunnen geven. Dit is een oefening om de vraag te toetsen, geen voorspelling van je resultaten. Lijken twee antwoorden inhoudelijk hetzelfde? Dan overlappen de vragen mogelijk.

“Welke feedback begrijpen studenten niet?” en “Welke onduidelijkheden ervaren studenten in feedback?” vragen waarschijnlijk grotendeels dezelfde informatie. Voeg ze samen of maak het verschil expliciet. Een losse vraag over algemene studiemotivatie hoort alleen thuis in het onderzoek als je kunt uitleggen waarom die noodzakelijk is voor je hoofdvraag.

Lees daarna de mogelijke antwoorden samen. Blijft er een aspect van de hoofdvraag onbeantwoord? Dan ontbreekt een deelvraag, een gegevensbron of een aanvullende stap in de analyse. Voeg alleen toe wat echt nodig is.

5. Koppel iedere deelvraag aan methode en analyse

Maak een tweede overzicht met vier kolommen: deelvraag, gegevensbron, manier van verzamelen en manier van analyseren. Zo zie je vroeg of je ergens een vraag stelt waarvoor je geen gegevens krijgt. Alleen “interviews” opschrijven is niet genoeg: welke deelnemers kunnen de vraag beantwoorden en naar welke ervaringen vraag je?

Een interviewvraag is bovendien niet hetzelfde als een deelvraag. De deelvraag stuurt je onderzoek; meerdere concrete interviewvragen helpen om haar te beantwoorden. De vertaling werk je uit bij operationaliseren. Daarna kun je je onderzoeksmethode onderbouwen.

Hoeveel deelvragen heb je nodig?

Er is geen aantal dat voor iedere scriptie goed is. Volg eventuele voorschriften van je opleiding en laat de omvang passen bij je hoofdvraag, methode en beschikbare tijd. Veel vragen kunnen wijzen op een te breed onderzoek; weinig vragen kunnen voldoende zijn als ze samen het vraagstuk dekken.

Controleer ook hoe je opleiding theoretische vragen behandelt. Soms krijgen die eigen deelvragen, soms worden kernbegrippen rechtstreeks in het theoretisch kader uitgewerkt. Gebruik de hoofd- en deelvragen niet als een automatische hoofdstukindeling: in één hoofdstuk kun je meerdere samenhangende vragen behandelen.

Blijf je twijfelen over de dekking van je vragen? Bij scriptiebegeleiding kun je je probleemstelling, hoofdvraag, deelvragen en methode in samenhang laten bespreken.

Gericht verder met je scriptie?

Twijfel je of je deelvragen samen voldoende informatie opleveren? We kunnen je vragen en onderzoeksopzet met je doornemen, zodat jij gerichte keuzes kunt maken.

Stel je vraag via WhatsApp, bel 06 16135156 of mail contact@scriptiesupport.com.

Vraag gratis advies aan
WhatsApp Mail direct Bel direct