In het kort
Controleer eerst doelgroep, variabelen en antwoordcodes. Beoordeel daarna dubbelen, ontbrekende antwoorden en onmogelijke waarden volgens onderbouwde regels. Een opvallend antwoord is niet automatisch een fout. Houd bij hoeveel deelnemers en antwoorden per analyse overblijven en verander geen waarden om een gewenst resultaat te krijgen.
1. Bewaar de ruwe export en maak een werkbestand
Sla de oorspronkelijke export op met datum en versie. Werk in een kopie en geef iedere rij een interne recordcode, zodat je bewerkingen kunt terugvinden. Controleer of de export overeenkomt met de definitieve vragenlijst: namen van vragen, antwoordlabels, routes en technische velden.
Maak een eenvoudig codeboek met per variabele de betekenis, mogelijke waarden en codering van ontbrekende antwoorden. Kijk vooral naar meerkeuzevragen en gegevens die de enquêtetool anders heeft geëxporteerd dan je verwachtte. Een kolom met cijfers is niet vanzelf een numerieke meetschaal: de cijfers kunnen alleen categoriecodes zijn.
Vergelijk de variabelen ook met je operationalisatieschema. Zo zie je of een kolom echt het bedoelde begrip weergeeft en welke gegevens je voor iedere onderzoeksvraag nodig hebt.
2. Leg vast wie voor welke analyse bruikbaar is
Controleer eerst je selectiecriteria. Heeft iemand de relevante ervaring of behoort die tot de afgesproken doelgroep? Noteer uitsluiting op die grond apart van technische fouten. Als een deelnemer alleen de laatste vraag niet invulde, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat alle eerdere antwoorden onbruikbaar zijn.
Definieer per belangrijke analyse welke antwoorden nodig zijn. Voor een beschrijving van leeftijd kunnen andere aantallen beschikbaar zijn dan voor een vergelijking op een samengestelde score. Noem het aantal geldige waarnemingen waar dat nodig is, zodat verschillende tabellen elkaar niet schijnbaar tegenspreken.
3. Beoordeel ontbrekende en verdachte antwoorden
| Signaal | Controle | Mogelijke beslissing |
|---|---|---|
| Lege antwoordcel | Is de vraag overgeslagen door een geplande route? | Onderscheid niet van toepassing van ontbrekend. |
| Leeftijd 222 | Is de invoer of codering aantoonbaar fout? | Niet raden; markeer als ontbrekend als herstel niet mogelijk is. |
| Twee vergelijkbare inzendingen | Is er voldoende bewijs voor dubbele deelname? | Pas een vooraf bepaalde deduplicatieregel toe. |
| Zeer korte invultijd | Is zorgvuldig antwoorden nog aannemelijk gezien route en inhoud? | Gebruik tijd als signaal, niet als los bewijs voor verwijdering. |
| Overal hetzelfde schaalantwoord | Kan dit inhoudelijk een echte mening zijn? | Beoordeel met andere kwaliteitsindicatoren. |
Bewaar signalen en beslissingen in aparte kolommen of in een bewerkingslog. Laat de oorspronkelijke antwoordwaarde terugvindbaar. Een afwijkende score verwijderen omdat die een gemiddelde verandert, is geen verdedigbare opschoonregel.
4. Vul ontbrekende waarden niet zomaar op
Een lege cel vervangen door nul kan een gemiddelde sterk vertekenen als nul een echte score is. Een ontbrekend antwoord is ook niet hetzelfde als “neutraal”, “weet ik niet” of “niet van toepassing”. Houd die categorieën in je codeboek uit elkaar.
Controleer hoeveel gegevens ontbreken en of dat vooral bij bepaalde vragen of groepen gebeurt. Uitsluitend complete deelnemers analyseren kan de samenstelling van je dataset veranderen. Een andere behandeling, zoals imputatie, vraagt eigen aannames en kennis. Bespreek dit bij substantiële uitval in plaats van automatisch overal het gemiddelde in te vullen.
5. Controleer hercoderingen en scores
Maak voor hercoderingen nieuwe variabelen. Controleer met enkele handmatige voorbeelden of de omzetting goed gaat en of ontbrekende codes niet onbedoeld in echte scores veranderen. Vergelijk frequenties vóór en na de bewerking.
Ga je een Likertschaal analyseren? Controleer dan eerst of alle items dezelfde richting hebben en welke regels het instrument geeft voor ontbrekende items. Een opschoonstap en een schaalberekening zijn verschillende beslissingen; documenteer ze beide.
Bij een volgende afname voorkom je een deel van deze problemen door vooraf de enquête en export te testen.
Enquêtedata opschonen: wat rapporteer je?
Noem het aantal ontvangen inzendingen, uitsluitingen per relevante reden en het aantal deelnemers dat je werkelijk analyseert. Beschrijf beslisregels in de methode en relevante aantallen bij de resultaten. Bewaar een overzicht van bewerkingen, zodat je de analyse opnieuw kunt uitvoeren.
Schrijf bijvoorbeeld: “Van 126 inzendingen voldeden 8 niet aan het selectiecriterium; voor deze analyse bleven 118 deelnemers over.” Gebruik uiteraard je eigen aantallen en licht eventuele verdere uitval toe. In je resultatenhoofdstuk moet duidelijk zijn waarop percentages en gemiddelden zijn gebaseerd.